VERANTWOORDELIJKHEID
[Dit artikel werd eerder in het FRIESCH DAGBLAD gepubliceerd.]
Het algemeen geldende principe is: de vervuiler moet betalen! Gaat dat ook op voor televisie?!
Op 1 februari 2000 stond in TROUW een bijdrage van Ruud Verdonck waarin hij de psychiater dr. J. Neeleman citeert. Hij schrijft: "Volgens hem stijgt het aantal suïcides als de middelen worden aangereikt. Hij wijst erop dat als in een soapserie iemand overlijdt door een overdosis, in de weken erna een stijging volgt van het aantal zelfmoorden door overdosis." Verdonck noemt dit de ontbrekende schakel in het onderzoek naar de relatie tussen tv-programma's en de reactie daarop van de mensen die gekeken hebben. Verdonck zegt dat hij uit ervaring weet dat er een zekere samenhang is tussen tv-programma's en gedrag. Tijdens mijn onderzoek heb ik van leerkrachten op middelbare scholen en ook van ouders van kinderen in de leeftijd van 12 tot 16 jaar gehoord dat zij merken dat, wanneer bijvoorbeeld in de serie GTST iemand zich door middel van het doorsnijden van de polsen met glasscherven heeft geprobeerd zich het leven te benemen, in de weken na deze scène diverse jongeren dat op dezelfde manier proberen (en soms ook met succes). Verdonck is zeker niet de eerste en zal ook niet de laatste zijn die over dit onderwerp schrijft(i) en ik meen er uit te destilleren dat het hier eigenlijk om de vraag: "wie is verantwoordelijk?" of: "wie neemt hiervoor de verantwoording?" gaat! Sedert 1994 heb ik over dit onderwerp ook diverse gesprekken gevoerd met mensen die verhalen voor soapseries in Nederland en Duitsland bedenken, alsmede met diverse producentes/n van soapseries in beide landen. In eerste instantie heb ik hen gevraagd hoe zij staan tegenover de mogelijkheid om met de getoonde verhalen invloed uit te oefenen. In Nederland zei iedereen die bij “Goede Tijden, Slechte Tijden” en “Onderweg naar morgen” voor de firma van Joop van den Ende soapverhalen schreef, dat zij geen invloed hebben of wilden hebben en dat de vraag naar verantwoordelijkheid dus niet gesteld hoefde te worden. In het tijdschrift LOVER staat een interview met Olga Madsen, die in Nederland ook wel de godmother van de soaps genoemd wordt. (Samen met Rogier Proper was zij in Nederland de eerste die soapverhalen bedacht.) In dat interview zegt Madsen dat zij het verhaal in een soap de bepalende factor vindt en geen 'boodschap' heeft. Voor haar bestaan er geen grenzen. “Er zijn geen beperkingen in soaps en als ze worden gesteld doen de producers hun werk niet goed.” Madsen associeert het woord ‘grenzen’ juist met ‘maatschappelijk verantwoord’. Zij zegt in het interview dat ze maatschappelijk verantwoord drama haat. Ze laat zich niet de wet voorschrijven. Aan verhalen kunnen geen beperkingen worden opgelegd. De vraag is niet of je dat mag laten zien, maar wat je personages ermee doen. Je lost het altijd binnen het genre op, niet daarbuiten. Dat is in wezen waar je je moraliteit zou kunnen herkennen. Het beginpunt van dit vraaggesprek is de vraag naar een maatschappelijke missie. Het uitgangspunt van de interviewster is dat het positief is dat in Nederlandse soaps meerdere keren liefdesrelaties tussen twee vrouwen en twee mannen verbeeld worden, alsmede verhalen over mensen uit een andere cultuur en met een getinte huidskleur (door Irene Costera Meijer omschreven als "niet-stereotype etno’s“. De interviewster suggereert dat deze situatie in Nederland uniek is. Echter ook in bijvoorbeeld Duitse soaps spelen, misschien nog vanzelfsprekender dan hier, liefdesrelaties tussen twee vrouwen en twee mannen (Lindenstrasse, Marienhof en Verbotene Liebe), alsmede verhalen over mensen met een getinte huid en mensen uit een andere cultuur. Olga Madsen maakt duidelijk dat die maatschappelijke missie bij mensen die soap maken zeker niet aan de orde is. Dat betekent dat zowel de positieve als de negatieve uitleg door haar en eveneens door alle anderen van de hand gewezen wordt. Ook in Duitsland reageerde de verhaallijnbedenker Werner Lüder fel toen ik hem vroeg naar zijn sociale verantwoordelijkheid bij de soap. Bij hem ligt de grond voor zijn aversie niet, zoals bij Madsen in de kindertijd, maar in de herinnering aan hoe het moest in Oost Duitsland waar hij lange tijd gewoond heeft. In het volgende nummer van LOVER staat een (heftige) reactie op Olga Madsen door Judith Franco. Zij zegt: "Dat soapmaakster Olga Madsen als exponent van de Nederlandse soapcultuur het woord 'maatschappelijk verantwoord' associeert met 'grenzen', hoeft niemand te verbazen: haar aversie tegen sociale verantwoordelijkheid past perfect binnen de kaders van de relatiesoap." Daarmee zitten we midden in de discussie en het meningsverschil dat al jaren voortduurt. Wat het hebben van invloed betreft zien de producentes/n dat in Duitsland anders. Men zegt te beseffen dat de uitgezonden beelden de kijkenden beïnvloeden. Daarom wilmen in ieder geval geen verhalen vertellen die in werkelijkheid niet kunnen. Daartoe werkt er op de afdeling Dramaturgie iemand die "recherchiert", wat wil zeggen dat deze persoon navraag doet bij allerlei vakspecialisten en de literatuur erop naleest. Echter ook bij een serie als bijv. Verbotene Liebe of Marienhof bestaat niet zoiets als Korrelatie waar naartoe mensen die problemen krijgen door de vertoonde beelden kunnen bellen. Echter wel is er een soort van zelfhulp in de vorm van contacten die de kijkenden met elkaar kunnen hebben via Internet. Via www.das-erste.de/serie kan men naar de verschillende series door schakelen om te chatten over de gebeurtenissen die men gezien heeft. Ook zijn er tientallen fanclubs rond een serie en via Internet zijn ook "Fanpages", een soort van belangenverenigingen ten aanzien van bepaalde verhaallijnen, ontstaan die met name sympathie hebben voor een bepaald verloop van een verhaallijn met daarbij een combinatie van personages. Zo kent de serie Verbotene Liebe bijvoorbeeld de "E&N Kuschelecke" en de "VL Underground". Via deze pagina's op het Internet vinden de meest uiteenlopende discussies plaats over de gebeurtenissen in een soap. De Duitse soaps worden ook doorlopend gecontroleerd door de Bayrische Rundfunk Rath en de ARD. Ik heb het bovenaan geciteerde krantenbericht voorgelegd aan Danielle Böhm, werkzaam bij Bavaria Film GmbH waar de soap Marienhof gemaakt wordt. Zij vertegenwoordigt een soort van morele instantie in de redactie van Marienhof. Zij zei dat indien er bewijzen zijn dat een verhaal uit Marienhof inderdaad tot zelfmoord onder de kijkenden leidt, dat reden zal zijn om daarop te reageren. Zij benadrukte dat haar daarvan tot op dat moment echter nog niets ter ore is gekomen. In ieder geval is het iets om rekening mee te houden. Anderzijds is zij van mening, dat veel meer televisieprogramma’s een soort van zielzorg moeten instellen, omdat ook van andere series en films een invloed uitgaat. De soap-actrice Freya Trampert vertelde echter dat zij diverse brieven van meisjes kreeg, die haar grote zorgen baarden. Ze gaf daarvan een voorbeeld. Een meisje had geschreven dat zij zelfmoord zou gaan plegen omdat haar liefde hopeloos was. Doordat zij dagelijks naar de soapserie “Verbotene Liebe” keek was zij tot die gedachte gekomen. Freya Trampert zei dat zij het als actrice veel te zwaar vond om voortdurend met dergelijk soort situaties geconfronteerd te worden en daar ook nog op de juiste manier mee om te gaan. Zij was van mening dat er een soort telefonische zielzorg bij iedere soap ingesteld diende te worden. De vraag die ik hier met name wil stellen is: Mogen/kunnen mensen aansprakelijk gesteld worden voor de gevolgen van televisiebeelden die zij gemaakt hebben en uitzenden? Moet er sprake zijn van verantwoordelijkheid voor uitgezonden televisiebeelden? Waarschijnlijk is dit ook de essentiële ethische discussie in verband met soap. In feite is er echter niets nieuws onder de zon, als we bijvoorbeeld kijken naar de gevolgen die Goethe's "Die Leiden des jungen Werthers" op veel mensenlevens heeft gehad. De positie van een dergelijk geschrift in die tijd is mogelijk te vergelijken met een serie op de televisie nu. Dit leid ik af aan de handelwijzen van de mensen die indertijd, op basis van de toemalige mogelijkheden in de ban raakten van dat verhaal. Werd Goethe in zijn tijd ook verantwoordelijk gesteld voor de zelfmoordgolf? Enzensberger noemt dit in zijn boek Mittelmass und Wahn die Nachahmungsthese, [de nadoen-these (vertaling M.v.d. L.)] Volgens deze stelling is er sprake van zekere gevaren. In de 18de eeuw lag dat onheil bij de romanlektuur en in deze tijd bij wat de televisie laat zien. Een voorbeeld: De films van Serge Leone. Hierin toont hij veelvuldig hoe mensen in koele bloeden door iemand doodgeschoten worden. Het is een soort van stijl die verbeeldt dat een mensenleven niets is. Als je geen revolver hebt en daar niet ongelooflijk snel mee kunt schieten ben je niets waard. In alle films komt een enorme minachting voor medemensen tot uiting. (Ik neem deze films als voorbeeld, juist omdat zij een soort van parodie vormen op de eerder gemaakte westerns. Als een parodie al zo een indruk achterlaat, wat dan wel de als zodanig serieus bedoelde films.) In een bepaalde scene uit Once upon a time in America komt een als gangster uitziende figuur een bioscoop binnen op zoek naar een man, die hij moet ombrengen. Een man en een vrouw die met elkaar zitten te vrijen worden gestoord. Als de man bezwaar maakt tegen het optreden van de gangster, ontbloot deze een borst van de vrouw en drukt zijn pistool tegen de tepel; vervolgens drukt hij het uiteinde van de loop van zijn pistool omhoog in het neusgat van de man, waarna hij verder loopt en de beiden verschrikt achter laat. Deze film laat mensen een manier van omgaan met de ander zien die geheel met macht door geweld te maken heeft. Dit soort van beelden missen, wanneer zij regelmatig op de televisie getoond worden, op den duur hun uitwerking niet . Voor mijn zusje, broertje en mij was het in de zestiger jaren alleen een brave serie als BONANZA die geruime tijd ons spel (“cowboytje spelen”) bepaald heeft. Maar er zijn nu veel ernstiger uitwerkingen van televisiebeelden te noemen In de Volkskrant van 25 april 1998 stond een artikel over de toename van geweld op de Amerikaanse televisie en wat dat met name voor kinderen betekent. Misschien is het beter de vraag te stellen wat dit voor onze samenleving betekent? Iedere leerkracht aan een middelbare school kan vertellen over het “vervuilende” effect van televisie in de zin van wat onder meer bij de leerlingen de invloed is van alleen al het onbehouwen en respectloze gedrag van Paul de Leeuw en Carlo Boszhard op de televisie. Het zou een interessante vraag zijn of zij bijvoorbeeld moeten meebetalen aan de extra kosten die binnen het onderwijs gemaakt moeten worden door de invloed die zij op jeugdigen, door hun televisie optreden uitoefenen James Lull laat in zijn boek Media, Communication, Culture in het hoofdstuk “HEGEMONY”, paragraaf “The role of media and popular culture” zien hoe televisie macht heeft. De televisie is te vergelijken met een sociale groep die macht heeft over anderen. Pierre Bourdieu stelt: “De televisie heeft een soort feitelijk monopolie op de gedachtenvorming van een zeer groot deel van de bevolking.” Simpel gezegd komt het er op neer dat in deze tijd de televisie voor 50 tot 75 % van de mensen de enige “preek”, het enige “evangelie” is dat zij horen. Ik heb soap eerder met een vorm van religie vergeleken. In de filosofie gaat het niet over deze mensen. In Reality Soap heeft Margreth Hoek het over “Het intellectuele niets”. Omgekeerd hebben deze mensen volstrekt geen interesse in filosofie of de manier waarop in de wetenschap nagedacht wordt. Zonder erover na te denken is dat wat op de televisie komt voor hen iets om zich naar te richten. Daarmee ligt er dus bij de mensen die televisie maken dus een grote macht/mogelijkheid tot beinvloeden. Ik herhaal de vraag: is dit een macht die zonder verantwoording, haar invloed kan doen gelden? Op zondag 5 maart 1995 heeft er in Paradiso in Amsterdam een debat plaats gevonden over de verantwoordelijkheid van degene die televisieprogramma’s maken. De voorzitter van het debat was prof. S.J. Doorman, voormalig directeur van de VPRO, voormalig kroonlid in het NOS-bestuur en voormalig hoogleraar in de Filosofie aan de T.U. van Delft. In de VPRO gids werd daarvan verslag gedaan. Het artikel heeft als kop: De verantwoordelijkheid van de televisiemaker. Uitvlucht-argumenten en paternalisme. In de inleiding staat dat het de verantwoordelijkheid is van de bakker om voedzaam en smakelijk brood te bakken en van de arts om mensen te genezen, maar van iemand die televisie maakt wordt nooit simpelweg geëist: mooie programma’s maken. De vragen, die daarop gesteld worden zijn: Waarom niet? Hoe zit dat? Vooraf aan het debat werden er korte lezingen gegeven door Rik Rensen, hoofdredacteur van RTL Nieuws, en Ireen van Ditshuyzen, programmamaakster en directrice van DITS-TV. Van Ditshuyzen stelt dat de televisiemaker (v./m.) verantwoordelijkheid draagt voor de kijker (v./m.), voor de mensen die in de programma’s komen en voor de maatschappij in het algemeen. Ook vindt zij dat televisie mooi, waarachtig en informatief moet zijn. Rensen zegt in het debat dat hij vindt dat Van Ditshuyzen de kijkenden mogelijk te zeer in bescherming wil nemen. Hij gaat ervan uit dat de mensen die naar een programma kijken, daar zelf de verantwoordelijkheid voor kunnen dragen. Doorman noemt dit een “uitvluchtargument” van de televisiemaker. Hij zegt daarover: Dan hoeft die zelf geen verantwoordelijkheid meer te voelen. Op het moment dat je roept dat mensen zelf wel kunnen uitmaken wat de televisie met ze doet, is eigenlijk alles geoorloofd. Een belangrijk punt hierbij is dat mensen die de televisie aanzetten, altijd moeten afwachten wat er komt. Alles wat op de televisie te zien is, is door anderen bedacht en gemaakt. Zelfs wanneer mensen de mogelijkheid hebben om zelf iets uit te beelden of te laten zien, is dat eerder door iemand anders als een mogelijkheid bedacht. Hiervoor is de positie van televisie en daardoor dwingende invloed die zij kan uitoefenen al ter sprake gekomen. Bij de beoordeling van deze situatie lijkt sprake van een misverstand. Er is hier in feite sprake van twee totaal verschillende uitgangspunten, die door Foucault beschreven werden . Hij beschreef een omslag in sociaal-culturele zin. Het is een omslag op het vlak van de middelen waarmee maatschappelijke macht wordt uitgeoefend. Een autoritaire bevelshuishouding maakt plaats voor een onderhandelingshuishouding; morele waarden als gehoorzaamheid en onderdanigheid maken plaats voor waarden als onafhankelijkheid en persoonlijk initiatief. Foucault stelt dat er in deze onderhandelingssituatie een dubbel resultaat wordt geboekt: het subject wordt voortdurend bevestigd in zijn beslissingsvrijheid en persoonlijke integriteit en tegelijk genormaliseerd, dat wil zeggen: via de onzichtbare (dwangloze) dwang tot communicatie tevens aangezet tot ‘vrijwillige aanvaarding van de bestaande situatie als normaal’ . Om een voorbeeld ter verduidelijking te geven: in zijn boek A Cognitive Psychology of Mass Communication gaat Richard Jackson Harris o.m. uitvoerig in op wat de invloed is van de extreme steriotypering van vrouwen en mannen door de televisie in Amerika. Steeds opnieuw wordt ook het argument van de kijkcijfers genoemd De mensen willen dit zien! Doorman zegt: Mensen kunnen niet altijd verstandig zijn. Als voorbeeld een vergelijkbare situatie: wanneer een brand uitbreekt of een ongeluk gebeurt, willen mensen ook zien wat er gebeurt. Met afschuw kunnen we ons de vreselijke gebeurtenissen in Enschede herinneren en met name de gevolgen van dat willen zien. Hoe gruwelijk dat toen ook was, daaruit moge duidelijk worden, dat het voor mensen zeker niet altijd goed is om te willen toekijken. In Enschede hebben mensen dat met de dood of met ernstige verwondingen moeten bekopen. Maar ook televisieprogramma’s zelf, tonen dit aan! Jerry Springer zei in “Panorama” een documentaire die door BBC 1 werd uitgezonden : “Dit is alleen maar televisie! Mijn god er zijn wel belangrijkere dingen in de wereld!” Hem werd in deze documentaire gevraagd of hij zich verantwoordelijk voelde voor datgene wat er met de mensen die in zijn programma zijn geweest, na uitzending gebeurt. Hij antwoordde dat ieder mens voor zichzelf alleen verantwoordelijk is. Twee mensen die eerder in zijn programma aanwezig waren, zijn korte tijd na de uitzending vermoord. Gesteld dat de manier waarop deze mensen in het programma van Jerry Springer te zien waren, de aanleiding voor deze moorden vormen, mogen we dan Springer daarvoor verantwoordelijk stellen? Is het mogelijk om de invloed van televisie te vergelijken met de invloed van religie of ideologie? De leiders van de Taliban en Hitler worden verantwoordelijk gehouden voor gruweldaden waartoe zij hebben aangezet. Maar als vastgesteld is dat de invloed van televisieprogramma’s dermate groot is, moeten dan bepaalde mensen zoals bijvoorbeeld ene Jerry Springer ook niet verantwoordelijk gesteld worden voorhet veroorzaken van moorden? De nadelige gevolgen in de maatschappij van televisieprogramma’s zou men kunnen zien als een vorm van ongewenst afval. Nu hebben we in Nederland de opvatting: de vervuiler betaalt. Wanneer betaalt de vervuiler? Wie is hier de vervuiler? Moet ook het aanbieden van de mogelijkheid die tot vervuilen kan leiden, beboet worden? Het is niet mijn bedoeling om hier het probleem van de vervuiling van onze leefomgeving aan de orde te stellen, maar een vergelijkbaar probleem zou kunnen zijn: de enorme hoeveelheden lege plastic limonadeflesjes of lege bierblikjes van Heineken die men overal in de bermen aantreft. Of die extreme hoeveelheden kauwgum plakkende op de stoeptegels van bijvoorbeeld het busstation onder Utrecht C.S. of op het plein voor Rotterdam C.S. De directe oorzaak van deze vervuiling is degene die het flesje of de kauwgum niet in de daarvoor bestemde afvalbak gooit. Maar - en daarmee zijn we terug bij de psychiater Neeleman – de vervuiling stijgt doordat de middelen daarvoor worden aangereikt. Wie moet er nu voor zorgen dat die vervuiling een halt wordt toegeroepen? Wie is daarvoor verantwoordelijk? De overheid lijkt hier de aangewezen instantie om een aantal taken te vervullen. Dat kan echter alleen gebeuren door een overheid die in de eerste plaats zorg heeft voor de mensen en dus niet een overheid die uitgaat van economie of commercie als de leidraad. Mensen die kinderen krijgen zijn in de eerste plaats verantwoordelijk voor de opvoeding van deze kinderen. Een opvoeding die van deze kinderen rechtvaardige en verantwoordingsvolle mensen moet maken. Daarbij is het vereist dat de ouders kunnen rekenen op in die zin goed onderwijs, dat onderwijs moet de opvoeding van de ouders ondersteunen. De overheid is verantwoordelijk voor dit onderwijs. Ook heeft zij als eerste een verantwoordelijkheid in meer ruimere zin als het om een goede opvoeding gaat. Alles wat in de samenleving een goede opvoeding (ver)hindert, is voor de verantwoordelijkheid van de overheid. In Mittelmass und Wahn zet Enzensberger (xxi) uiteen welk kwaad de media kunnen doen(xxii). In deze tijd worden we via de media overspoeld met informatie die in de meeste gevallen uitsluitend commerciële belangen van derden dient. Daardoor zijn kinderen die onder deze vloed van prikkels opgroeien er in de eerste plaats in getraind om alle informatie buiten te houden. Dit plaatst ouders voor een haast onmogelijke situatie. De meeste ouders zijn onvoldoende geoefend om dat in goede banen te leiden. Voor de grootste groep mensen, waaronder veel ouders, is een televisie kopen vergelijkbaar met zoals zij een wasmachine kopen of een brood. Het wasprogramma is er om de was schoon te krijgen, het brood kan vanzelfsprekend opgegeten worden en de televisie biedt als vanzelf programma’s waarnaar gekeken kan worden. De overheid zou de opvoeding van de ouders moeten ondersteunen en moet vandaar uit zorgen dat de opvoeding van de ouders en het onderwijs in de ruimste zin van het woord kan plaats vinden. Een overheid die zich laat leiden door economische belangen is een overbodige overheid. De enige rechtvaardige bestaansreden voor een overheid is de zorg voor de mensen die in een land wonen. Wanneer een overheid uitgaat van economie is zij overbodig in die zin. Commerciële belangen moeten niet door de overheid nagestreefd worden. Daar ligt niet haar verantwoordelijkheid. Conclusie: De invloed van televisie op de samenleving zou door de overheid nauwkeurig onderzocht moeten worden en vandaar uit zouden er dan duidelijke richtlijnen kunnen komen. Dat geldt voor soapseries, maar ook voor programma’s die onbehouwen en respectloos gedrag propaganderen. En daarbij kan uitgegaan worden van hetzelfde principe als bij: de vervuiler betaalt. Als de samenleving televisie toestaat is dit de verantwoordelijkheid van allen die hieraan meewerken. Indien de invloed van bepaalde televisieprogramma’s leidt tot kinderen die voor hun ouders onhandelbaar worden en tot leerlingen die onderwijs moeilijk maken, dan is dit mede de verantwoordelijkheid van de televisiemaakster/maker.. Saillant detail is hier dat soap, wat letterlijk zeep betekent, nu als vervuilend gezien wordt.
Maria van de Looverbosch
Lijst van noten:
(i)Zie o.m.het Psychologie Magazine, ?- 1997 en TROUW op 19-1-1999 in de rubriek MENSEN; Soapsterren hebben de wijsheid in pacht, over het proefschrift van Martine Bouwman, Landbouwuniversiteit Wageningen, januari 1999 en in LOVER 2000/1 en 2000/2. (ii) In de VPROgids nummer 32, voor de week van 5 tot 12 augustus 2000, staat bij de programma’s van dinsdag 8 augustus een toelichting bij het programma van RTL4 “Het leven is een soap”. Daarin komt tot uitdrukking dat de soapbedenker Kennard Bos van “Onderweg naar morgen” wel uitgaat van een zekere mate van invloed. Hij is daarmee de eerste in Nederland die dat toegeeft! (iii) In de vraaggesprekken voor mijn onderzoek en ook tijdens het forum van het in Utrecht gehouden “SOAP-EVENT” in het najaar van 1997. (iv)LOVER, jaargang 27 2000/1, blz. 52 – 55, artikel (Televisie) Valse nichten en carrièremakende moslima’s. Interview met Olga Madsen door Irene Costera Meijer. (v)LOVER, jaargang 27, 2000/2. (vi) Bij Bavaria Film GmbH in München (Geiselgasteig) en in Keulen bij de WDR studio's waar respectievelijk de soapseries Marienhof en Verbotene Liebe gemaakt worden. (vii) Speelt de rol van Nina in de soapserie Verbotene Liebe, alle werkdagen op ARD van 17.55 u. tot 18.25u. (viii)December 1999. (ix)En als we Martha Nussbaum mogen geloven heeft literatuur in deze tijd nog steeds die kracht…(The fragility of goodness, 1986. En Love’s knowledge, 1990.) (x)Hans Mangnus Enzensberger; Mittelmass und Wahn, Gesammelte Zerstreuungen, Suhrkamp Taschenbuch 1800, 1991. Das Nullmedium oder Warum alle Klagen über das Fernsehen gegenstandslos sind, blz. 89 – 103. V.S. 1984. (xi)Warum sehen Kinder Gewaltfilmen, Verlag C.H. Beck, München , 1998; Ute Benz. A Cognitive Psychology of Mass Communication , Second Edition (Kansas State University) Lawrence Erlbaum Associates, Publishers, Hilldale, New Jersey, 1994; Richard Jackson Harris. Media, Communication, Culure, A Global Approach, Second edition, Polity Press 2000; James Lull. Media, Communication, Culure, A Global Approach, Second edition, Polity Press 2000; James Lull. Hoofdstuk 3 Hegemony. ()Over televisie, Nederlandse vertaling, 1998, BOOM, Amsterdam. ()Reality Soap! Big Brother en de opkomst van het multimediaconcept, redactie Irene Costera Meijer en Maarten Reesink, BOOM, Amsterdam, 2000. Artikel nummer 2 in Privé en openbaar, blz. 24 – 26. Gids nummer 12 van 1995. (xvii)Niet gepubliceerde tekst uit deel IV van de geschiedenis van de seksualiteit. Zie ook Dits & Ecrits. (xviii)Citaat uit Stad en moderniteit, De stedeling als flaneur, barbaar, forens en whizzkid. René Boomkens in WERELDSTEDEN, stadswandelingen door filosofie en religie. Thomas More Academie, uitgeverij Gooi & Sticht, Baarn, 1999. Blz. 104. (xix)Second Edition (Kansas State University) Lawrence Erlbaum Associates, Publishers, Hilldale, New Jersey, 1994. Blz. 41 e.v. PORTRAYALS OF SEXES. (xx)Op 12 november ‘0, om 23.15 uur. (xxi) Hans Magnus Enzensberger; Mittelmass und Wahn, Gesammelte Zerstreuungen, Suhrkamp Taschenbuch 1800, Erste Auflage 1991, deel I, Über die Ignoranz, Der Triumph der Bild-Zeitung oder Die Katastrophe der Pressefreiheit. (xxii)Ook bij o.a. Norbert Bolz, Paul Verilio, Pierre Bourdieu en Neil Postman is daarover te lezen.